katoenpluis

onzijdig (het)/kaˈtumplœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie (textielindustrie) vezels van cellulose rondom het zaad van een katoenplant , waarvan draden voor weefsels kunnen worden gesponnen
    De stof is in donkere en stoffige fabriekjes machinaal geweven op primitieve machines, waarna vrouwen als de 37-jarige Duan Juhong en de 32-jarige Tang Sulan er tegen een loon van zo'n 100 à 150 euro per maand met de hand kleine weeffoutjes in herstellen. Dat is stoffig werk: er ligt een waas van wit katoenpluis over hun zwarte haar.
    {{ouds
  2. pluis van het materiaal katoen