kavel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stuk grond dat als één geheel in kadaster wordt beschreven
    Zij hadden een mooie kavel gekocht waarop ze hun huis konden bouwen.
    Ik had op de kaart gezien dat ik mij zo zou vastlopen in hoven en binnentuinen als een stier in een rode lap. Ik moest er niet van uitgaan dat Venetië een stratenplan had. Het was niet zo dat er ooit in redelijkheid was gebouwd op afgebakende kavels langs een rationele straatweg.
  2. één of meer voorwerpen die als één geheel worden geveild

Etymologie

* In de betekenis van ‘deel, perceel’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelslot, parcel
Spaansparcela, solar