keel
onzijdig (het)/kel/
Wat is de betekenis van keel?
keel betekent: (f)/(m): (anatomie) voorste, uitwendige gedeelte van de hals
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m): (anatomie) voorste, uitwendige gedeelte van de hals
- (f)/(m): (anatomie) lichaamsopening beginnend achter in de mondholte waardoor voedsel en drank het lichaam in komt
zelfstandig naamwoord
- (heraldiek) rood
Voorbeelden van "keel" in een zin
- De chauffeur kreeg een mes op zijn keel en moest zijn geld afstaan.[https://wnl.tv/2019/01/18/taxichauffeur-krijgt-mes-op-keel/ Taxichauffeur krijgt mes op zijn keel en moet geld afstaan aan tweetal], WNL, 18 januari 2019
- Wanneer een cliënt schrikt van een handeling of aanraking zal hij reflexmatig inademen waardoor de voedselbrok nog verder de keel in kan schieten.[https://www.zorgvoorbeter.nl/eten-en-drinken/verslikken Wat te doen bij verslikken], zorgvoorbeter.nl
- Ik wil gillen, maar mijn keel zit dicht.
Etymologie
*[B] Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rood (in de heraldiek)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- de baard in de keel hebben — de overgang van jongensstem naar mannenstem ondergaan hebben (door de groei van het strottenhoofd)
- een brok in de keel hebben — verdrietig of ontroerd zijn
- de keel schrapen — een schrapend geluid maken in de keel, als voorbereiding om te gaan spreken
- de keel smeren — drinken (van met name alcoholische dranken)
- de keel kost veel — drankverslaving kan leiden tot armoede
- praten met een hete aardappel in de keel — bekakt praten
- een keel opzetten — schreeuwen
- Het hangt mij de keel uit — Ik heb er genoeg van, ik ben het helemaal zat
Vertalingen
Engelsthroat, gules
Fransgorge, gueules
DuitsKehle
Spaansgarganta, gules
Arabischحَلْق
Turksboğaz
Poolsgardło
Zweedsstrupe, svalg, hals
Deensstrube, svælg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek