keffer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein hondje dat hinderlijk veel blaft
    Hond en ik vervolgden onze weg. Twee keer kwamen we collega’s tegen. De eerste keer twee boxers waar mijn keffer geweldig tegen tekeer ging, daarna een labrador die het ook woest moest ontgelden. Om onduidelijke redenen denkt onze hond dat zij de baas is in de buurt. Geen scooter, krantenbezorger, kat of andere hond kan passeren zonder dat zij begint te blaffen. Volkskrant Martin Bril 26 mei 2008
  2. alle honden in het algemeen
    Het is 2015. Als we ergens geen behoefte meer aan hebben, dan zijn het wel paardenkoetsen. Maar in veel Europese steden zie je er nog honderden, voor de toeristen. Paarden horen lekker te rennen in een weiland of op een strand. Ze schijten bovendien alles onder. Stel je voor: hondenbezitters lopen en masse met zo’n warm boterhamzakje met de verse keutel van hun keffer in de jaszak rond om onze straten schoon te houden, terwijl paarden hun kiloknallers rustig op de tegels laten kletteren. En denk maar niet dat zo’n toeristentiller op die koets er met een zakje achteraan loopt.NRC Peter van der Ploeg Merlijn Kerkhof 17 januari 2015
  3. iemand die een hoop misbaar maakt

Etymologie

* van keffen

Vertalingen

Engelsyap
DuitsKläffer