keisteen
mannelijk (de)/ˈkɛisten/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stuk natuursteen, meer in het bijzonder: een stuk vuursteenZe lagen plat op een werktafeltje te drogen, bezwaard met stukken marmer; wanneer in het kwartdeel van het donkere ovaal, het doek niet gekleefd had, een bladder kon ontstaan, tilde meester een keisteen op.
- (materiaalkunde) soortnaam voor gesteente (geen verkleinwoord of meervoud)Was eens alles diamant,wat thans keisteen is of zand,wie deed moeite om het te winnen?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek