keizersnee

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛizərˌsne/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) bevalling met behulp van een operatie
    Ze vertelt over een kennis die over twee weken een keizersnee gepland heeft staan.
    Het was niet zijn lichaam dat de komende zes maanden door een ander mens zou worden bezet en uiteindelijk opnieuw geopereerd zou moeten worden, omdat ze na de twee eerdere keizersneeën deze keer zeker met een keizersnee zou moeten bevallen.
    Al die welvaartstypes die met hun blote aambeien over hun zadels schuren, terwijl de bierbuiken vlak boven de stang klotsen en de keizersneetjes glimlachen naar de bloeiende brandnetels.

Etymologie

*, leenvertaling van "Kaiserschnitt" dat zelf weer teruggaat op medisch Latijn "sectio caesarea", een (eponiem) dat verwijst naar de manier waarop (volgens ) ter wereld gebracht zou zijn, in de betekenis van ‘operatieve verlossing’ voor het eerst aangetroffen in 1812