kelderen
/ˈkɛldərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (figuurlijk) snel omlaag gaanIn 2008 kelderden de aandelenmarkten.
- (erga) (scheepvaart) onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, "naar de kelder gaan"In het Amsterdamse havengebied is door een ongeluk bij een kolenoverslag een schip gekelderd.
- (ov) (scheepvaart), (militair) tot zinken brengen, "naar de kelder jagen"Op 30 december werd het schip gekelderd door de U-435.
- (ov) (verouderd) naar de kelder brengenDaar kwamen zij voorbij een kelder, waar de wijnverlaters bezig waren een groot vat met wijn te kelderen, dat zij niet konden voortkrijgen.
Etymologie
*van Middelnederlands "kelren"; afgeleid van "kelder" , zowel letterlijk in de betekenis van "een ondergrondse bergplaats" als overdrachtelijk in de betekenis "laagst gelegen plaats"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek