kennel
Wat is de betekenis van kennel?
kennel betekent: onderkomen voor (meerdere) honden (of katten)
Betekenis
- onderkomen voor (meerdere) honden (of katten)
Voorbeelden van "kennel" in een zin
- - „Als ik niet meer leef word ik eerst hier beneden opgebaard, zodat de katten dicht bij me kunnen zijn. Daarna gaan de katten mee naar de begrafenis; in hun kennels staan ze dan rond mijn kist. Maar ik word honderd hoor.” NRC Thijs Wolzak 6 november 2016
Betekenis en uitleg van kennel
Een kennel is een speciaal gebouw of een afgesloten ruimte waar honden worden gehouden, vaak voor de opvang, verzorging of fok. Het is een plek waar honden kunnen verblijven, spelen en socialiseren, soms ook voor training of tijdelijke opvang.
Het woord 'kennel' wordt vaak gebruikt in de context van hondenliefhebbers en fokkers. Je kunt het tegenkomen bij dierenasielen, hondenpensions of bij mensen die zelf honden fokken. De nuance van het woord kan variëren van een eenvoudige hondenkooi tot een luxe verblijf met veel ruimte en faciliteiten voor de honden.
Voorbeelden
- De kennel was gevuld met blije honden die enthousiast met elkaar speelden.
- Na de vakantie brachten we onze hond naar de kennel voor een paar dagen opvang.
- De fokker liet trots de nieuwe puppy's zien die in de kennel waren geboren.
Woordoorsprong
Het woord 'kennel' stamt af van het Oudfranse 'kennel', wat 'kooi' of 'afsluiting' betekent, en is verwant aan het Engelse 'kennel' dat dezelfde betekenis heeft.
Veelgestelde vragen over kennel
Wat is de betekenis van kennel?
kennel betekent: onderkomen voor (meerdere) honden (of katten)
Welk woordgeslacht heeft kennel?
kennel is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van kennel?
Synoniemen van kennel zijn: hondenhok, hondenasiel, hondenstal, hondenpension.
Hoe gebruik je kennel in een zin?
Voorbeeld: “- „Als ik niet meer leef word ik eerst hier beneden opgebaard, zodat de katten dicht bij me kunnen zijn. Daarna gaan de katten mee naar de begrafenis; in hun kennels staan ze dan rond mijn kist. Maar ik word honderd hoor.” NRC Thijs Wolzak 6 november 2016”
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels "kennel", ontleend aan Noord-Frans (Picardisch) *"kenil" (= mod. Frans "chenil") , in de betekenis van ‘hondenhok voor de fok’ voor het eerst aangetroffen in 1886.