kerfstok
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets op je kerfstok hebben: dingen die je misdaan hebtDie jongen had al veel diefstallen op zijn kerfstok.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stokje waarop door kerven wordt aangegeven wat iemand verbruikt (en dus: hoeveel schulden hij heeft)’. Voor het eerst aangetroffen in 1240
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek