kerkbank
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛrᵊɡˌbɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) harde langwerpige constructie waar in een kerkgebouw waarop gelovigen tijdens een dienst kunnen zittenWat gaat er na de sluiting van de kerk met de kerkbanken gebeuren?
Vertalingen
Engelspew
Fransbanc d'église
DuitsKirchenbank
Spaansbanco de iglesia
Deensstolestade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek