kerkbode

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die allerlei praktische klusjes doet in een protestantse kerk
    De metershoge ramen dateren uit de tweede helft van de 16e eeuw en je moet er echt voor de kerk in, het licht moet immers van één kant schijnen. met aanstekelijke passie steekt de kerkbode van wal over het in lood gevatte stripverhaal met ’speechbubbels’ of tekstballonnetjes, die honderden jaren geleden al bleken te bestaan. De Telegraaf WENDY ROEP 05 dec. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1170008/kaas-en-kaarsen-in-gouda Kaas en kaarsen in Gouda]
    Ook is Täge al jaren kerkbode voor de Nederlandse hervormde kerk, werkte hij als vakantiemedewerker op de boot Henri Dunant van het Rode Kruis en was hij achttien jaar lid van de vrijwillige brandweer. Tubantia 28-03-11 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/koninklijke-onderscheiding-vriezenvener-tage~ad806e49/ Koninklijke onderscheiding Vriezenvener Täge]
  2. een publicatie waarin kerkelijke informatie staat over en voor een christelijke gemeente of parochie
    Het PKNproces gaat in het Kanaaldorp op een natuurlijke wijze verder. De gemeenteleden van de kerken aan de Hoofdstraat en aan de Julianastraat weten elkaar steeds beter te vinden. Zij vinden elkaar elkaar in commissies, de wekelijkse gezamenlijke avonddiensten en een gezamenlijke kerkbode. Tubantia 15-09-06 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/protestanten-samen-op-weg~a64188d1/ Protestanten samen op weg]