kerkbouw

mannelijk (de)/ˈkɛrᵊɡˌbɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) het bouwen van een kerkgebouw
    Dit bouwbedrijf heeft ruime ervaring met kerkbouw.

Etymologie

* ( van bouwen)