kerker

mannelijk (de)/kɛrkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ondergrondse ruimte die bestemd is voor het opsluiten van gevangenen
    De dief werd in de kerker geworpen.

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse carcer (gevangenis)

Vertalingen

Engelsdungeon
Fransoubliette
DuitsKerker
Spaanscalabozo, mazmorra
Poolsloch