kermes
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛrmɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) benaming voor schildluizen uit het geslacht en in het bijzonder de soorten waaruit een rode kleurstof wordt gewonnenOorspronkelijk werden deze schildluizen niet als diertjes, maar ook wel als planten (besjes) gezien.Trouwens, de kleur die bij ons karmijn of ook wel karmozijn heet (zo genoemd naar een insekt, de kermes), heet in het Spaans granate.
- rode kleurstof die wordt gewonnen uit de vrouwtjes van bepaalde soorten schildluis als en ) die leven op de kermeseikAndere luxeartikelen waren zilver, goud, pelzen, metalen en kostbare verfstoffen zoals kermes, gewonnen uit de schaal van vrouwelijke insecten van het genus Kermes vermilio en de grondstof voor scharlaken.
- (kleur) bepaalde rode kleur
zelfstandig naamwoord
- Turkse fancy fairVoor de derde keer organiseert de moskee een ‘kermes’, het Turkse equivalent van een braderie. De bedenkster hiervan, Sonay Peksert, spreek ik terwijl ze een shaggie rookt aan het picknicktafeltje buiten. (…) De kermes wil in elk geval precies het omgekeerde bereiken van de anti-islambeweging: verbinding.Bij de kermes, een soort fancy fair met traditionele hebbedingetjes, blijkt hoe sommigen worstelen met die identiteit.
- (verouderd) jaarlijks feest met attractiesTwee keer 's jaars bakten ze koekebrood: op Beernem kermes de vierde zondag van september en vijf weken later op Gevaarts kermes, en ze hielden dan een brood over voor Alderheiligen.
Etymologie
*[B.1] terugontleend van "kermes" dat via "kermesse" teruggaat op Middelnederlands
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek