kerstdag
mannelijk (de)/ˈkɛrsdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kerst) 25 december, de dag waarop de christenen Christus' geboorte feestelijk herdenkenWij vinden kerstdag een belangrijke herdenkingsdag.
- (kerst) elk van de dagen waarop het kerstfeest gevierd wordtHet is vandaag tweede kerstdag!
Vertalingen
EngelsChristmas Day
Fransjour de Noël
DuitsWeihnachtstag
Spaansdía de Navidad
Zweedsjuldag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek