kerststol

mannelijk (de)/ˈkɛr(st)stɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, kerst (voeding) (kerst) een speciaal brood gebakken voor de kerst gevuld met noten, vruchten en spijs
    Op kerstavond bakken zij altijd een kerststol.

Etymologie

* In de betekenis van ‘luxe kerstbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

DuitsChriststollen, Stollen, Stolle