ketelbink
mannelijk (de)/ˈketəlˌbɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) scheepsjongenNa een paar dagen te hebben gezocht, monsterde ik als zestienjarige in de functie van ketelbink op het wildevaart-schip SS ‘Haulerwijk’ van de rederij Ehrhard en Dekker, die hun kantoren hadden in de van Vollenhovenstraat in Rotterdam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek