keten
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈketə(n)/
Wat is de betekenis van keten?
keten betekent: uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
- (figuurlijk) iets waardoor men gebonden is, dat de vrijheid belemmert
- (figuurlijk) onderling in verband staande rij van gelijksoortige zaken
- (figuurlijk) vergelijkbare bedrijven op verschillende plaatsen die samen naar hun klanten als een geheel functioneren
- (figuurlijk) in de tijd opeenvolgende reeks van gelijksoortige verschijnselen
- aantal doorlopen gerelateerde stappen in een proces
werkwoord
- (inerg) (informeel) lol trappen, op een rumoerige manier plezier hebben
Voorbeelden van "keten" in een zin
- En men stelde zich voor hoe de machtige Nicolaas, ieder jaar op zijn feestdag, de duivel in ketenen sloeg en geboeid met zich meevoerde.
- Hij wist zijn ketenen te verbreken en zijn vrijheid te herwinnen.
- Het eiland wordt doorsneden door een keten van vulkanen.
- Hij bouwde het eethuisje van zijn ouders uit tot een keten van restaurants.
- Het conflict ontstond door een keten van misverstanden.
Etymologie
*[C] "keet" "gebouwtje voor tijdelijk verblijf" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelschain
DuitsKette
Spaanscadena
Zweedskedja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek