keuken
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkøːkə(n)/
Wat is de betekenis van keuken?
keuken betekent: een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
- (figuurlijk) (kookkunst) de wijze waarop in een land of streek gekookt wordt
Voorbeelden van "keuken" in een zin
- De keuken in mijn huis is vrij groot.
- Gijs De gids - hij heet Giorgos, maar onder elkaar noemen we hem Gorgel - heeft geregeld dat ik een rondleiding krijg door de keuken van het dorpsrestaurant.
- Barbie en ik sloten ons uren op in de keuken om het feestmaal voor te bereiden.
- De Indische keuken is lekker en gezond.
- Ik probeer vooral niet over te komen als een inspecteur van de Griekse Keuringsdienst, maar acteer een dolenthousiaste Nederlandse gastrofiel met een voorliefde voor de Griekse keuken.
Etymologie
*Via het Laatlatijnse cocina van coquina
Vertalingen
Engelskitchen, cuisine
Franscuisine
DuitsKüche, Küche
Spaanscocina, cocina
Italiaanscucina, cucina
Turksmutfak
Poolskuchnia, kuchnia
Zweedskök, kök
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek