keukenmeester

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leidinggevende in een keuken
    Met een scherpe stem scheldt Betje de praters voor luiaards en dagdieven en zet ze aan hun arbeid en dan begint ze met de dikke gewichtige keukenmeester te overleggen over gevulde soezen en marsepeinen harten, over ketels met slemp en warme kruidenwijn, over het souper dat vanavond voor de jongelui moet worden opgedist, zodra ze met het palmknopen en het versieren klaar zijn.

Uitdrukkingen

  • schraalhans is keukenmeesterer moet heel zuinig aan gedaan worden