keur

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stempelmerk dat het gehalte aan goud of zilver aangeeft
  2. veel keus van hoge kwaliteit, uitgelezen verscheidenheid
    in deze categorie vindt u een keur van kasten voor de kinderkamer
  3. geschiedenis, waterbeheer (geschiedenis)(waterbeheer) plaatselijke verordening (b.v. gildekeur, waterschapskeur)

Etymologie

* In de betekenis van ‘handvest’ voor het eerst aangetroffen in 1217

Vertalingen

Engelschoice, election
Spaanselección