keur
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stempelmerk dat het gehalte aan goud of zilver aangeeft
- veel keus van hoge kwaliteit, uitgelezen verscheidenheidin deze categorie vindt u een keur van kasten voor de kinderkamer
- (geschiedenis)(waterbeheer) plaatselijke verordening (b.v. gildekeur, waterschapskeur)
Etymologie
* In de betekenis van ‘handvest’ voor het eerst aangetroffen in 1217
Vertalingen
Engelschoice, election
Spaanselección
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek