kibbelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die teveel ruzie zoekt of maakt
    Wat is er meer voor de hand liggend dan eerst het overleg met VVD en PVV – de laatste komt niet eens in de regering – af te wachten en dan pas te oordelen, aanvaarden of verwerpen? Begrijpen deze kibbelaars niet dat ze het alleen maar erger maken? Beschamend. NRC Joost S.H. Gieskes [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/08/28/allemaal-egotripperij-van-die-kabinetkibbelaars-11936953-a55956 Joost S.H. Gieskes 28 augustus 2010]
    Waarom hoor je kibbelaars dan voornamelijk de argumenten van de tegenpartij de grond in boren, in plaats van de eigen standpunten zo aantrekkelijk mogelijk te maken? De Standaard 1 OKTOBER 2016 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160930_02494758 Zoek ruzie, vind rust]

Etymologie

* van kibbelen

Vertalingen

Engelsyapper, squabbler, wrangler