kietelen

/ˈkitələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
    De kleine hersenen reageren fel op de onverwachte impulsen, wanneer iemand gekieteld wordt.
  2. kietelend aanvoelen
    Mijn dikke teen kietelt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘een kriebeling opwekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelstickle
Franschatouiller
Duitskitzeln
Spaanscosquillear, hacer cosquillas