kikvors
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kikkers) een dier behorende tot een van de drie groepen huidige amfibieën, waarvan de volwassen exemplaren geen staart meer hebbenDe kikvorsen kwaakten zo luid dat hij niet slapen kon.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kikvorsachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1627
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek