kinderleed

onzijdig (het)/ˈkɪndərˌlet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verdriet, zoals een heel jeugdig mens ervaart
    Op haar kinderleed en kindervreugd zag zij neer met een rustig, vreugdrijk meerderheidsgevoel.
  2. iets wat heel jeugdige mensen verdrietig maakt
    We kennen allemaal het kinderleed van ‘rare’ kleren te moeten dragen of niet mee te mogen doen van thuis aan iets wat de hele klas wel mag.