kinderschaar

mannelijk/vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van kinderschaar?

kinderschaar betekent: grote groep kinderen; menigte kinderen; troep kinderen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote groep kinderen; menigte kinderen; troep kinderen
  2. kleine schaar waarmee kinderen kunnen knippen

Voorbeelden van "kinderschaar" in een zin

  • Om tien uur, als de kinderschaar naar huis was, gingen voor de jongelui en de volwassenen de kerstkaarsjes voor de tweede keer aan en werd er tot de ochtend gefeest.
  • Op het historische spooremplacement in Haaksbergen ziet een hele kinderschaar hoe de speciaal uit Engeland overgebrachte blauwe trein met Thomasgezicht door de machinist voortgetrokken het stationnetje binnenrijdt.