kinderschaar
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van kinderschaar?
kinderschaar betekent: grote groep kinderen; menigte kinderen; troep kinderen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote groep kinderen; menigte kinderen; troep kinderen
- kleine schaar waarmee kinderen kunnen knippen
Voorbeelden van "kinderschaar" in een zin
- Om tien uur, als de kinderschaar naar huis was, gingen voor de jongelui en de volwassenen de kerstkaarsjes voor de tweede keer aan en werd er tot de ochtend gefeest.
- Op het historische spooremplacement in Haaksbergen ziet een hele kinderschaar hoe de speciaal uit Engeland overgebrachte blauwe trein met Thomasgezicht door de machinist voortgetrokken het stationnetje binnenrijdt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek