kindertuin

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuin waarin kinderen kunnen spelen en leren
    Hij had ook in de kindertuin een sneeuwpop verrezen gezien en zou dat wel veel mooier hebben gedaan dan deze: met stukken cokes als oogen-neus-en-mond, met een tak als een kromme pijp in zijn bek en met een ouwe luiwagen als een geweer in zijn arm.
  2. plek waar men erg kinderachtig en onvolwassen met elkaar omgaat