kinkhoorn
mannelijk (de)/ˈkɪŋkhorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buikpotigen) een in zee levende kieuwslak. Het is een van de grootste huisjesslaksoorten uit de Noordzee. Slechts de noordhoren (Neptunea antiqua) is groter
- gedraaide schelp van zeeslakken
Etymologie
* In de betekenis van ‘(eetbare) zeeslak’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Vertalingen
Engelsshell
Spaansbuccino, caracol marino, concha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek