kippen
/ˈkɪpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (verouderd) laten vallen, laten kantelen
Etymologie
*[2\B] van """, in de betekenis van ‘kantelen’ aangetroffen vanaf 1904
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*[2\B] van """, in de betekenis van ‘kantelen’ aangetroffen vanaf 1904