klaarkomen
/ˈklarˌkomə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) afgemaakt wordenDe brug was niet op tijd klaargekomen.
- (erga) (seksualiteit) een orgasme hebben, krijgen
Etymologie
* In de betekenis van ‘gereedkomen, volbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1819
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek