klaarmaken
/ˈklarmakə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorbereidenHij was de presentatie aan het klaarmaken.Maar terwijl die Pieten speelgoed maken, pepernoten bakken en alles klaarmaken voor de volgende reis naar Holland, trekt Sinterklaas op zijn paard door de hoge Spaanse bergen, op zoek naar een nieuw Pietje.
- (ov) uit ingrediënten klaarmakenZij hadden voor ons een heerlijke maaltijd klaargemaakt.
- (ov) (seksualiteit) iemand bevredigen en tot een orgasme brengenTijdens het minnespel had hij haar oraal klaargemaakt.
Vertalingen
Engelsprepare, make, bring off
Franspréparer, préparer, faire jouir
Duitsbereitmachen, herrichten, bereiten
Spaanspreparar, acondicionar, aparejar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek