Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

klapluis

mannelijk (de)/ˈklɑplœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord, jongerentaal (scheldwoord) (jongerentaal) politieagent (in de decennia na de Tweede Wereldoorlog)
    Foetsie, kapoerewiet, gefelisiflapstaard, giebelegijntjes, voor spek en bonen, oelewapper, ribbenkast, het soepie, klapluis. Vele van deze Vijftig-woorden bestonden al. Het zijn vooral jongenswoorden, over uit vroegere geslachten.

Etymologie

*, "luizen klappen" mogelijk op te vatten als "boeven vangen"