klauteren

/ˈklʌʊtərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) klimmen, zich verticaal verplaatsen met behulp van alle vier de ledematen
    Hij klauterde vaak de boom in om van het uitzicht te kunnen genieten.
    Het is de dag voordat de Tour de France de gevreesde helling in de Vogezen aandoet. Liefhebbers klauteren alvast naar adem happend en met knarsende ketting naar boven.

Etymologie

* In de betekenis van ‘klimmen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562

Vertalingen

Engelsclamber
Fransescalader
Duitsklettern, klimmen, steigen
Spaanstrepar, encaramarse