kleed

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van kleed?

kleed betekent: (textiel) een stuk weefsel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) een stuk weefsel
  2. textiel, huishouden (textiel), (huishouden) gebruikt als vloer-, tafel- of wandbedekking, karpet, tapijt
  3. kleding (kleding) gebruikt als lichaamsbedekking, meestal , gewaad, kleding

Voorbeelden van "kleed" in een zin

  • ' Caspar Witsen loopt met grote passen naar het midden van het kleed.
  • Ze nadert het kleed en kijkt naar de papieren op de vloer.
  • Er lag een prachtig geborduurd kleed op tafel.|
  • Zijn kleren werden gewassen.|

Etymologie

* In de betekenis van ‘stuk weefsel’ voor het eerst aangetroffen in 1220

Vertalingen

Engelscarpet, article of clothing, garment
Spaansalfombra, vestido