kleed

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) een stuk weefsel
  2. textiel, huishouden (textiel), (huishouden) gebruikt als vloer-, tafel- of wandbedekking, karpet, tapijt
    ' Caspar Witsen loopt met grote passen naar het midden van het kleed.
    Ze nadert het kleed en kijkt naar de papieren op de vloer.
    Er lag een prachtig geborduurd kleed op tafel.|
  3. kleding (kleding) gebruikt als lichaamsbedekking, meestal , gewaad, kleding
    Zijn kleren werden gewassen.|

Etymologie

* In de betekenis van ‘stuk weefsel’ voor het eerst aangetroffen in 1220

Vertalingen

Engelscarpet, article of clothing, garment
Spaansalfombra, vestido