klei
mannelijk/vrouwelijk (de)/klɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) een zeer fijne, klastisch sedimentaire grondsoort, die voor meer dan 25% bestaat uit lutum (gronddeeltjes kleiner dan 2 µm), die sterk plakt en hard wordt bij droogte
- (mineraal) een verzamelnaam voor een aantal silicaten met een gelaagde structuur
Etymologie
* In de betekenis van ‘grondsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1344
Vertalingen
Engelsclay
Fransargile
DuitsTon
Spaansarcilla
Italiaansargilla
Portugeesargila
Russischгли́на
Japans粘土
Arabischطِين
Poolsglina
Zweedslera
Deensler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek