Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kleine kortteenleeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een leeuwerik van droge vlakten in Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika en is een dwaalgast in Noordwest-Europa
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek