klerk
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die administratieve werkzaamheden verrichtDe klerk deed de boekhouding.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1210
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek