klier

mannelijk/vrouwelijk (de)/klir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een orgaan dat een lichaamsstof afscheidt
    Speeksel wordt gemaakt in klieren in de mond.
  2. een cel die een product afscheidt dat door een plant niet verder verwerkt wordt
zelfstandig naamwoord
  1. informeel, scheldwoord (informeel), (scheldwoord) een onuitstaanbaar iemand (meestal van het mannelijk geslacht)
    Wat ben jij toch een klier, zeg!

Etymologie

*Van cliere; verdere oorsprong geheel onduidelijk

Vertalingen

Engelsgland
Fransglande
DuitsDrüse
Spaansglándula
Italiaansghiandola
Japans
Poolsgruczoł
Zweedskörtel
Deenskirtel