klimwand

mannelijk (de)/ˈklɪmwɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een muur met noppen waartegen men kan opklimmen terwijl iemand anders ander zorgt dat je niet kan vallen met behulp van een touw
    Wij moesten tegen een klimwand opklimmen in het kader van teambuilding.