kliniek

vrouwelijk (de)/kliˈnik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) inrichting waar patiënten medische zorg krijgen en worden verpleegd
    De kliniek was overvol na het grote verkeersongeluk.
    In deze kliniek worden mensen met een verslaving geholpen om er vanaf te komen.

Etymologie

*van "clinique", dat via Latijn "clinicus" teruggaat op "κλῑνικός " (klīnikós) "arts"

Vertalingen

Engelsclinic
Fransclinique
DuitsKlinik
Spaansclínica