klinken

/ˈklɪŋkə(n)/

Wat is de betekenis van klinken?

klinken betekent: (absol) een bepaald geluid (klank) voortbrengen

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) een bepaald geluid (klank) voortbrengen
  2. inerg (inerg) een glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk, proosten
  3. ov (ov) met klinknagels vastmaken, vastklinken
  4. ov (ov) vastspijkeren

Voorbeelden van "klinken" in een zin

  • Die kerkklok klinkt heel helder.
  • Ik probeer zo overtuigend mogelijk te klinken.
  • 'Zeg het maar eerlijk: ben je daarom met Gijs tussen de lakens gedoken, om mij te straffen?' Lauren probeert cynisch te klinken, maar ik hoor vooral haar onmacht.
  • graag willen we samen met u klinken
  • Ik accepteerde de naam direct en we klonken met onze glazen cola om het te vieren.

Etymologie

* In de betekenis van ‘luiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Uitdrukkingen

  • een klinkende indruk maken
  • iemand in de boeien klinken

Vertalingen

Engelssound, ring, clink
Duitsklingen
Spaanssonar, chocar, chincar