kloven

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het op bepaalde wijzen splijten van een materiaal b.v. diamant en hout
    Deze steen moet nog gekloofd worden.
    Dit was zijn leven, hij zette hout neer en kloofde het. Zijn hemd plakte aan zijn lijf. Steken in zijn onderrug. Elke klap was raak. Hij deed dit al zo lang, alles met afgemeten, bedwongen haast. Hij moest zweten, het moest pijn doen. {{Aut|Wieringa, Tommy
werkwoord
  1. verouderd (verouderd) verleden tijd meervoud van klieven

Etymologie

* In de betekenis van ‘(doen) splijten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701

Uitdrukkingen

  • diamanten kloven

Vertalingen

Engelscleave
Duitsspalten