klucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/klʏxt/
Wat is de betekenis van klucht?
klucht betekent: (letterkunde) meestal kort toneelstuk waarvan de plot komisch is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (letterkunde) meestal kort toneelstuk waarvan de plot komisch is
- lachwekkend voorval
- (pejoratief) schijnvertoning, schertsvertoning
- (biologie) een groep samenlevende dieren zoals een troep vogels, met name een ouderpaar met broedsel
Voorbeelden van "klucht" in een zin
- "De klucht van de koe" is geschreven door Bredero.
- Wanneer de geschiedenis zich herhaalt is dat of in de vorm van een tragedie of in de vorm van een klucht.
- Mannen, wat hadden wij op Sinterklaas-avond een pret! het was een klucht, om te zien, hoe bang mijne jongens waren, ha! “De Joodsche wandelaar. Een weekblad tot nut van ’t algemeen” (pagina 9-10), 1792
- “Wat een klucht”: nieuwe enkelbanden hebben minstens 3,5 jaar vertraging [https://www.hln.be/nieuws/binnenland/-wat-een-klucht-nieuwe-enkelbanden-hebben-minstens-3-5-jaar-vertraging~ac0756e1/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F Het Laatste Nieuws], 24 november 2017
- Een klucht patrijzen had zich daar gevestigd.
Etymologie
*Komt uit een Zuidoost-Nederlands dialect waar het koppel, troep of kudde betekent. Dit woord is vermoedelijk afgeleid van het 16e-eeuwse kluft, wat menigte betekent. Volgens anderen is het woord ‘klucht’ verwant met ‘klieven’ en betekent het: ‘stuk’).
Vertalingen
Engelsfarce, farce, farce
Fransfarce, vaudeville, farce
DuitsSchwank, Posse, Farce
Spaansfarsa, sainete, farsa
Italiaansfarsa, commedia, farsa
Portugeesfarsa
Russischфарс, фарс, фарс
Zweedsfars, buskteater, fars
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek