klus

mannelijk (de)/klʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. karwei, in het bijzonder met de hand en met behulp van gereedschap; bij uitbreiding ook andere soorten werkzaamheden
    De timmerman had die klus snel af.

Etymologie

*terugvorming uit het verkleinwoord "klusje" dat ontstond uit "klutsje", het verkleinwoord van een oudere betekenis van "kluts"; in de betekenis van ‘karwei’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1750