knabbelen
/ˈknɑbələ(n)/
Wat is de betekenis van knabbelen?
knabbelen betekent: (inerg) ~ aan, ~ op met de tanden stukjes ergens van afbijten, met kleine beten knagen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ~ aan, ~ op met de tanden stukjes ergens van afbijten, met kleine beten knagen
Voorbeelden van "knabbelen" in een zin
- terwijlent cnabbelt den armen boerman (diens gheldekin hij wint ende uutput) een bruun curste rogghen broots, ende heet een groote zoppe oft pap int lijf.
- En brenghen duysent kuskens by / En douwen met haer handekens,/ En knabbelen met haer tandekens: / Hier is de liefde, hier is de jeucht, / Hier is al dat het hert verheucht.
- Het konijn knabbelde aan het worteltje.
Etymologie
* (freqtt) knappen , vergelijk Duits "knabbern" ( knappen ).
Vertalingen
Engelsnibble, snack
Fransgrignoter
Duitsknabbern
Spaansmordisquear, picotear
Italiaansrosicchiare, mordicchiare, rosicare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek