knap

mannelijk (de)/knɑp/

Wat is de betekenis van knap?

knap betekent: een geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt
  2. gereedschap (gereedschap) vlasbraak
tussenwerpsel
  1. nabootsing van het geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt

Voorbeelden van "knap" in een zin

  • Toen ik viel hoorde ik een knap omdat ik op een tak viel die in tweeën brak.
  • De kegel komt met een harde knap los en neemt het minuscule handje van Agnes mee.

Etymologie

#(verouderd) snel, vlug

Vertalingen

Engelsclever, pretty, handsome
Duitsklug, hübsch
Spaansinteligente, listo, hábil