knap
mannelijk (de)/knɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breektToen ik viel hoorde ik een knap omdat ik op een tak viel die in tweeën brak.De kegel komt met een harde knap los en neemt het minuscule handje van Agnes mee.
- (gereedschap) vlasbraak
tussenwerpsel
- nabootsing van het geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt
Etymologie
#(verouderd) snel, vlug
Vertalingen
Engelsclever, pretty, handsome
Duitsklug, hübsch
Spaansinteligente, listo, hábil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek