kneu
mannelijk/vrouwelijk (de)/knø/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort vinkachtige,De kneu komt zowel in Nederland als in België voor.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1655
Vertalingen
Engelslinnet
Franslinotte mélodieuse, linet
DuitsBluthänfling
Spaanspardillo
Russischконоплянка
Turksketen kuşu
Poolsmakolągwa
Zweedshämpling
Deenstornirisk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek