knipmes

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opvouwbaar mes waarbij vaak een veer zorgt voor het uitklappen
    Dit is een van de waargebeurde verhalen die Steffie van den Oord met veel gevoel voor saillante details navertelt in De vrouw met de bijl en negen andere moordenaressen. Ze biedt een interessante mix van criminele feiten, gepleegd met uiteenlopende wapens. Bijl, sabel, deurknop, knipmes, broodmes, pistool, revolver, dolk en rattengif. De moordenaressen zijn dienstmeiden, hoeren, dochters van pachtboeren, zakkendragers en boerenknechten. Geldgebrek is een belangrijk motief. Soms ook jaloezie. Of hartstocht.NRC Janet Luis 28 december 2015
    Gonzalez stak het grasveld over en ging de residentie binnen. De Secret Service meldde daarna dat hij werd overmeesterd meteen nadat hij de deur van de Noordelijke Zuileningang had geopend. Maar naar maandag bekend werd, is dat niet waar. Gonzalez, die gewapend was met een knipmes, kwam veel verder. Hij drong door tot de East Room, een balzaal waar de cellist Pablo Casals nog heeft gespeeld voor president Kennedy. Pas bij de ingang naar de Green Room, een salon voor recepties aan de zuidkant, werd hij gepakt.Volkskrant Arie Elshout 1 oktober 2014

Etymologie

* In de betekenis van ‘zakmes’ voor het eerst aangetroffen in 1697

Uitdrukkingen

  • buigen als een knipmes(te) gedienstig zijn

Vertalingen

Engelsfolding knife
Franscouteau pliant, couteau pliable, opinel
DuitsKlappmesser
Spaanscuchillo plegable, navaja