knoet

mannelijk (de)/knut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. karwats
    De Russische knoet werd gebruikt voor de zwaarste, soms dodelijke geselingen in de tsarentijd
  2. tot een bundel ineengedraaid haar, vastgestoken op het achterhoofd

Etymologie

* Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘zweep’ voor het eerst aangetroffen in 1677

Vertalingen

Engelscat o' nine tails, bun
Fransknout, chignon
DuitsKnute, Dutt
Spaansknut, moño