knokker

mannelijk (de)/'knɔkər/

Wat is de betekenis van knokker?

knokker betekent: iemand die vecht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die vecht
  2. iemand die heel erg zijn best doen en niet snel opgeeft

Voorbeelden van "knokker" in een zin

  • Rutte noemt Roemer een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor „en dat is een mooie combinatie.” Hij wenst hem alle goeds toe voor de toekomst en zijn opvolger, Lilian Marijnissen, heel veel succes. Reformatorisch Dagblad 13 december 2017 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/rutte-jammer-dat-roemer-vertrekt-1.1453356 Rutte: jammer dat Roemer vertrekt]
  • "Vincent is een beloftevolle spits, die erg doelgericht is. Zijn mentaliteit is uitstekend. Het is een knokker die alles uit zijn carrière wil halen. Bij AZ bieden we hem de mogelijkheden om zijn potentie waar te maken", aldus directeur voetbalzaken Earnest Stewart. Het Parool 30 juni 2015 [https://www.parool.nl/sport/az-rondt-transfer-janssen-af~a4091424/ AZ rondt transfer Janssen af]

Betekenis en uitleg van knokker

Een knokker is iemand die graag vecht of zich verdedigt, vaak met een flinke dosis doorzettingsvermogen en moed. Het woord kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden, waarbij het niet alleen gaat om fysieke confrontaties, maar ook om het strijden voor iets waar je in gelooft.

Je gebruikt het woord 'knokker' vaak om iemand te beschrijven die niet snel opgeeft, zelfs niet in moeilijke situaties. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn in sport, waar een knokker altijd blijft doorzetten, of in het dagelijks leven, wanneer iemand voor zijn rechten opkomt. De nuance van het woord kan variëren van een positieve eigenschap van vastberadenheid tot een negatieve connotatie van agressiviteit, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Als echte knokker liet hij zich niet uit het veld slaan door tegenslag en bleef hij strijden voor zijn dromen.
  • In de boksring was zij de grootste knokker, met een onverzettelijke wil om te winnen.
  • Hij is een knokker in de politiek, altijd klaar om te vechten voor de belangen van zijn kiezers.

Woordoorsprong

Het woord 'knokker' is afgeleid van 'knokken', wat vechten of strijden betekent. Dit heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan het woord 'knok', dat de hand of het vuist aanduidt.

Veelgestelde vragen over knokker

Wat is de betekenis van knokker?

knokker betekent: iemand die vecht

Hoeveel betekenissen heeft knokker?

knokker heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft knokker?

knokker is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van knokker?

Synoniemen van knokker zijn: vechter, vechtersbaas, ruziezoeker, vechtjas, doorzetter.

Hoe gebruik je knokker in een zin?

Voorbeeld: “Rutte noemt Roemer een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor „en dat is een mooie combinatie.” Hij wenst hem alle goeds toe voor de toekomst en zijn opvolger, Lilian Marijnissen, heel veel succes. Reformatorisch Dagblad 13 december 2017 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/rutte-jammer-dat-roemer-vertrekt-1.1453356 Rutte: jammer dat Roemer vertrekt]

Etymologie

* van knokken

Vertalingen

Engelshooligan, basher, person tending to start or pick a fight